
Journal
Bruto nationaal geluk is in Bhutan geen slogan maar een bestuursprincipe met een eigen grondwetsartikel. Het verklaart de dagelijkse bijdrage, de verplichte gids en de zestig procent bos.
Bruto nationaal geluk klinkt als iets dat op een affiche hoort. In Bhutan staat het in de grondwet. Artikel 9 van de grondwet uit 2008 zegt dat de staat moet streven naar de omstandigheden die het nastreven van bruto nationaal geluk mogelijk maken. Geen belofte dat iedereen gelukkig is, wel een opdracht aan wie bestuurt.
Voor een reiziger blijft dat niet abstract. Je betaalt voor elke nacht een bijdrage aan het land, je reist overal met een erkende gids, en je rijdt door valleien waar het bos grotendeels is blijven staan. Die dingen hangen samen. Ze komen voort uit dezelfde vraag die Bhutan zich al een halve eeuw stelt: wat levert groei op als ze de rest opeet?
Het begrip gaat terug op Jigme Singye Wangchuck, de vierde koning van Bhutan, die het in het begin van de jaren zeventig naar voren schoof. Hij stelde dat bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto binnenlands product. Een economie die groeit, zegt op zichzelf weinig over hoe goed mensen leven.
De Bhutaanse overheid vertaalt het idee in vier pijlers: duurzame en rechtvaardige sociaaleconomische ontwikkeling, natuurbehoud, het behoud en de bevordering van cultuur, en goed bestuur. Daaronder liggen negen domeinen. Een deel daarvan verwacht je, zoals gezondheid, onderwijs en levensstandaard. Andere zijn ongewoner voor een overheidsbeleid: psychologisch welzijn, tijdsbesteding, de vitaliteit van gemeenschappen, culturele veerkracht en ecologische diversiteit.
Die lijst is interessant om in je achterhoofd te houden als je door het land reist. Tijd, gemeenschap en natuur zijn in Bhutan geen bijzaak naast de economie. Ze worden mee gemeten.
Het idee bleef niet binnen de grenzen. Op 19 juli 2011 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zonder stemming resolutie 65/309 aan, die landen oproept geluk mee te meten als een fundamenteel menselijk doel. Een jaar later riep resolutie 66/281 van 12 juli 2012 de twintigste maart uit tot Internationale Dag van het Geluk. De VN schrijft erbij dat het initiatief van Bhutan kwam.
Het Centre for Bhutan and GNH Studies bouwde een index op 33 indicatoren, verdeeld over de negen domeinen, die elk even zwaar wegen. Wie in minstens twee derde van die gewogen indicatoren voldoende scoort, geldt als gelukkig. Bij de enquête van 2022, met meer dan 11.000 deelnemers, kwam 48,1 procent van de mensen van vijftien jaar en ouder in die groep terecht. In 2010 was dat 40,9 procent.
Dat cijfer is eerlijker dan het etiket dat Bhutan vaak opgeplakt krijgt. Het land beweert niet dat het het gelukkigste ter wereld is. Het meet waar mensen tekortkomen, zodat het beleid weet waar het moet ingrijpen. Volgens het Oxford Poverty and Human Development Initiative, waar de gebruikte meetmethode ontwikkeld werd, dient de index precies daarvoor: prioriteiten bepalen en vooruitgang volgen naast het bbp.
Bruto nationaal geluk kreeg vorm in de jaren waarin Bhutan een groot deel van zijn Nepalees sprekende inwoners kwijtraakte. De Lhotshampa wonen in het zuiden van het land. De burgerschapswet van 1985 verzwaarde de voorwaarden om Bhutanees te zijn, en een telling die in 1988 alleen in het zuiden werd gehouden, zette tienduizenden van hen alsnog te boek als niet-onderdaan. In 1989 kwam daar een gedragscode bovenop: Drukpa-kleding en omgangsvormen werden verplicht en het Nepalees verdween uit de scholen. Human Rights Watch beschreef in 2003 en in 2007 wat volgde. Mensen werden het land uitgezet of vertrokken om pesterijen, mishandeling en gevangenschap te ontlopen, en velen moesten een formulier tekenen waarin stond dat ze vrijwillig gingen.
Halverwege 1994 zaten ongeveer 86.000 van hen in kampen in het oosten van Nepal. In 2007 waren het er 108.000, verdeeld over zeven kampen in de districten Jhapa en Morang. Wat daarna kwam, was geen terugkeer maar hervestiging: tussen 2007 en 2015 vertrokken meer dan 100.000 mensen naar acht landen, van wie bijna 85.000 naar de Verenigde Staten. Er bleven twee kampen over, met mensen die nog altijd wachten.
Dit is niet wat je als reiziger vandaag ziet, en het hoort er toch bij. Een land dat geluk tot bestuursprincipe maakt, draagt ook dit in zijn geschiedenis mee.
Toerisme is een van de plekken waar het principe het duidelijkst zichtbaar wordt. Bhutan liet in 1974 voor het eerst buitenlandse bezoekers toe, en volgens de premier bij de heropening na de pandemie in september 2022 bestaat het beleid van high value, low volume sinds dat begin. Hij voegde er iets aan toe dat vaak verkeerd begrepen wordt: low volume betekent niet dat het aantal bezoekers beperkt wordt. Het gaat om de waarde van elk bezoek, voor de gast en voor het land. Een quotum is er niet: de reeks van de Wereldbank laat zien hoe snel het groeide, van 155.000 bezoekers in 2015 naar 316.000 in 2019, het drukste jaar tot dan toe.
Die waarde krijgt vorm in de Sustainable Development Fee, een bijdrage die elke bezoeker per nacht betaalt bij de visumaanvraag. De opbrengst gaat naar de staatskas. Artikel 14 van de grondwet schrijft voor dat alle belastingen en heffingen in één geconsolideerde rekening terechtkomen. Van daaruit gaat het geld volgens het Department of Tourism naar onder meer gratis gezondheidszorg, onderwijs en opleiding, de vorming van mensen in toerisme en horeca, infrastructuur, natuurbehoud, cultuurbehoud en lokale ondernemers. De dienst noemt ook scholen, drinkwatervoorzieningen, bos en wild, en de renovatie van historische dzongs.
Bij diezelfde heropening veranderde er nog iets. Wie Bhutan bezoekt, hoeft niet langer via een erkende reisorganisatie te gaan. Een visum kun je zelf online aanvragen.
Artikel 5 van de grondwet gaat over het milieu. Elke Bhutanees heet er een beheerder van de natuurlijke rijkdommen van het land, voor de huidige en de toekomstige generaties. Het derde lid legt vast dat minstens zestig procent van de totale oppervlakte voor altijd bebost moet blijven.
Dat is een ondergrens, geen streefcijfer. In werkelijkheid ligt de bosbedekking hoger: volgens de Wereldbank 71,4 procent in 2020. En meer dan de helft van het land is beschermd gebied. De werelddatabank van beschermde gebieden, die UNEP-WCMC en de IUCN samen bijhouden, komt uit op 51,6 procent, bijna twintigduizend van de bijna negenendertigduizend vierkante kilometer, verdeeld over drieëntwintig gebieden. Het Department of Tourism noemt de bijdrage van bezoekers ook een middel om die bosbedekking en de koolstofneutraliteit van het land in stand te houden.
Voor een reiziger vertaalt dat zich in een land waar bos de regel is en open grond de uitzondering. Dat is geen toeval van de geografie. Het is een keuze die in de hoogste wet staat.
Een erkende gids reist altijd met je mee. Dat staat zo in de regels van het Department of Tourism, en je hebt de gids ook nodig om dzongs en monumenten binnen te gaan. Trektochten gebeuren met een erkende reisorganisatie of gids. Zelf een auto huren om te rijden kan niet, dus reis je met een chauffeur.
Die gids is meer dan een verplichting. Het is de persoon die uitlegt wat je in een dzong ziet, en die de gesprekken met mensen onderweg vertaalt. In een land dat zijn beleid bouwt rond tijd, gemeenschap en natuur, is dat gesprek de manier om te begrijpen wat je ziet.
Er zijn geen kledingvoorschriften voor bezoekers. Voor religieuze plekken vraagt het Department of Tourism wel nette kleding die schouders tot knieën bedekt. Ons advies: kies minder plekken en neem per plek meer tijd, zodat de gesprekken met je gids de ruimte krijgen.
Dat beweert Bhutan zelf niet. Het land meet geluk met een eigen index op 33 indicatoren. Bij de enquête van 2022 gold 48,1 procent van de mensen van vijftien jaar en ouder als gelukkig, tegen 40,9 procent in 2010. De index dient vooral om te zien waar het beleid tekortschiet.
Naar de staatskas, en van daaruit naar projecten zoals gratis gezondheidszorg, onderwijs en opleiding, infrastructuur, natuur- en cultuurbehoud en lokale ondernemers. Volgens het Department of Tourism helpt ze ook om de bosbedekking en de koolstofneutraliteit van het land te bewaren.
Nee. Een erkende gids moet je volgens het Department of Tourism altijd vergezellen, ook om dzongs en monumenten binnen te gaan. Zelf met een huurauto rijden kan evenmin.
Nee, sinds de heropening op 23 september 2022 niet meer. Je kunt het visum zelf online aanvragen en de bijdrage daarbij betalen. Een reisorganisatie of hotel mag de aanvraag ook voor je doen.
Ongeveer 71 procent in 2020. De grondwet van 2008 legt een minimum van zestig procent vast, voor altijd.
Verder lezen

Een ryokan is geen hotel met Japanse inrichting. Over schoenen en pantoffels, de yukata, eerst wassen en dan baden, tatoeages, kaiseki, en waarom zo'n verblijf deel is van de reis.
Lees verder
In het hoogland van Guatemala zegt een huipil waar een vrouw vandaan komt. Over het weven op de rugriem, patronen per gemeenschap en wat je als bezoeker beter wel en niet doet.
Lees verderEn jouw reis?
Wat je hier leest is achtergrond, geen aanbod. Wil je weten hoe zo'n plek in jouw reis past? Vertel ons wat je zoekt. Daar begint het.
Bijgewerkt in oktober 2026